Pater Leonard Heyse

terug naar overzicht rubriek "Even voorstellen"

Sedert mei 2010 gaat pater Leonard, in samenwerking en afspraak met priester Chris De Paepe, de zaterdagavondmis voor in onze Sint-Pius X-kerk. Dit na het overlijden van pater Patrick Deknudt.
Om pater Leonard nog beter te leren kennen door onze parochianen, trokken wij op interview. Het werd een gezellig, leerrijk en vooral open gesprek. Wij willen het jullie zeker niet onthouden.

Jeugd- en Vormingsjaren

Pater Leonard is “van voor de oorlog”. Hij werd geboren op 7 februari 1939 te Stasegem (zeg vooral niet Harelbeke!). Als tweede zoon van Leon Heyse en Alice Vandenheede. Vader Leon en moeder Alice kwamen respectievelijk uit Aarsele en Kanegem. Als “jong koppel” “immigreerden” zij naar Stasegem. Leon en zijn broer Urbain runden er een smidse. Alice en haar zus Adrienne (twee zussen waren met twee broers gehuwd) hielden er een winkel van gleiwerk open en een herberg: “De Zwane”. Na Leonard kwamen nog twee zussen: Marie-Rose (genoeg gekend op Sint-Pius X) en Agnes.
In het toen nog dorpse en agrarische Stasegem sleet Leonard samen met zijn oudere broer Jan, het onbezorgde leven van een na-oorlogse jeugd: de Gemeentelijke Lagere Jongensschool volgen, op straat en in de Stasegemse Gavers stoeien, misdienaar zijn en klusjes proberen op te knappen in de ouderlijke smisse.

Na het zesde leerjaar werd het ernstiger. De stap zetten naar het grote Kortrijkse Sint-Amandscollege. Het zevende studiejaar bij onderwijzer Frans Deryckere. Enkele jaren later werd Frans een actief parochielid van Sint-Pius X. Alsof het toen reeds in de palm van Gods hand leesbaar was, dat de kleine Leonard, later iets met Sint-Pius X zou hebben.

Onderpastoor Lagast (ja, ja, broer van onze parochiaan Leo Lagast uit de Berkendreef) had er moeder Alice weten van te overtuigen, Leonard naar Kortrijk te zenden. Pater Leonard verhaalde ons met teder heimwee, hoe hij op twaalfjarige leeftijd aan zijn ma vertelde dat hij later priester wilde worden (zie foto de jonge pater Leonard met vader Leon en moeder Alice). Moeder Alice antwoordde vreugdevol maar voorzichtig toekomstgericht: “Bid maar veel voor de heilige Geest”. Zes jaar lang zouden moeder en zoon daarover niet meer praten. Wel wederzijds bidden. Gebed immers was, toen wij er naar vroegen bij pater Leonard, het uitgangspunt en de hoeksteen van zijn roeping. Gebed en liturgie als uitdrukkingsvormen van zijn geleidelijk opbouwende relatie met Christus, waren de eerste schreden naar het wenkende priesterschap. Een boek uit de dorpsbibliotheek van Stasegem over Jozef de Veuster, zaaide de eerste missionaire kiem.

Leonard volgde op het college de Grieks-Latijnse humaniora. Hij zat er in de klas samen met Dirk Verhenne, Jacques Vandenbulcke en Hugo Verhenne. Drie studiegenoten die nu voor een stuk actieve dragers zijn van het parochieleven. Ook onze ere-pastoor Romain Vandeplassche ontmoette hij daar als prefect. De priesters die in deze periode de jonge Leonard beïnvloedden waren wijlen Jan Vantieghem (later principaal van het college) en wijlen medepastoor Omer Debaere van de Stasegemse Augustinusparochie. Leonard was een vlijtige, knappe leerling maar ook… een uitstekend voetballer. Hij speelde “stofzuigende” middenvelder bij White Star Stasegem, bij Kortrijk Sport en veroverde met het elftal van het Sint-Amandscollege in 1958 de Kardinaalsbeker. Zijn keuze voor missionaris van Scheut zal een einde maken aan zijn “professionele voetballoopbaan” maar hij zal fanatiek voetballer en sporter blijven tot in het kleinste broussehoekje van Congo.

C.I.C.M. of beter de Scheutisten

In september 1958 trad Leonard binnen in Scheut. Priester Jan Vantieghem en enkele Stasegemse scheutisten hadden hem de weg daartoe gewezen. Voor Leonard leek Scheut de perfecte synthese tussen actie-gedragen christendom en door gebed geschraagd contemplatief geestelijk leven. Met veertig Vlaamse jongens waren zij in dit noviciaatsjaar in Zuun. Het was indertijd nog de periode van “het Rijke Roomse Leven”.
Met veel twinkelende nostalgie in zijn pretoogjes, vertelde pater Leonard over die “bildungsjaren” in Scheut, in Kessel-Lo en in Jambes. Vooral de theologie boeide hem. Hij vond er terug de bron van waaruit zijn priesterschap was ontloken: de leer over de Drieëenheid, met de spitse kracht van de Heilige Geest (herinner jullie zich de heerlijke woorden van zijn sterke moeder), de persoonlijke relatie met Christus die doorheen de Bijbel leidde naar de Vader toe… Maar ook de actie wenkte. Naar de woorden van Paulus: “Het geloof zonder de werken is dood”.

Missionair Priesterschap

Op 2 augustus 1964 werd Leonard in het moederhuis van Scheut: pater Leonard. Hij werd er tot priester gewijd. Op 15 augustus 1964 deed hij in Stasegem voor een bomvolle kerk, zijn eremis.
Na een concreet vormingsjaar en introductie in Afrika-leer vertrok pater Leonard op 30 augustus 1965 naar Congo. Daarvoor had hij expliciet gekozen. Het Afrikaanse continent was altijd zijn jongensdroom geweest.

Hij werd er vierde (!) onderpastoor in Boma-Kalamu (herinner jullie het nog: de aardrijkskundeles over Congo: Leopoldstad, Boma en Banana?). Een parochie van 35.000 zielen. Hij bleef er vijf jaar. Dook onmiddellijk het apostolaat in want midden de mensen wonen en leven was de kern van zijn missionaris zijn (zie foto pater Leonard in 1968 met zijn acolieten). Een boodschap slaat maar aan als je als gelijke een van de hunnen wordt. Hij leerde er de beeldrijke Kikongo-taal, leerde er Congolees zijn met de Congolezen en vond geborgenheid in het samenzijn met zijn Scheut-collega’s. Zowel Vlamingen als Walen, als Congolese abbés. Het Scheutgevoel noemt pater Leonard dit ook nog altijd op vandaag. Hij vond ook troost in die gemeenschap toen zijn moeder al te vroeg kwam te overlijden, terwijl Leonard in het verre Afrika toefde.

Na vijf jaar Boma, verhuisde de nu reeds ervaren pater naar een Scheutistenschool in Kangu. Hij werd er animator en godsdienstleraar van de hoogste humaniorajaren.
Na drie jaar onderwijs, terug naar de parochie naar de Cité Banga in de stad Tshela. Pastoor van een parochie met 12.000 inwoners. Het waren de grote jaren van pater Leonard: hij voelde zichzelf als priester tegelijk drager van en gedragene door zijn parochianen. Een gevoel van christelijke osmose. Wat men nu team-work zou noemen. Het zal ten andere de voortdurende rode draad blijven in het pastorale leven van de pater: samenwerking met leken, verantwoordelijkheid geven aan de mensen die Kerk vormen. Priester zijn is dienaar zijn. Zonder restrictie, zonder “maars”.

Van de parochie naar de vorming. De ene slingerbeweging na de andere. Zo is het leven van een priester, ook van een missionaris. Onze pater werd voor vijf jaar benoemd in het Groot Seminarie van Boma. Een taak naar zijn zin en zijn opvattingen. Kerk helpen opbouwen. Congolese priesters opleiden, die het zelf zouden doen. Paradoxaal bekeken: het missionariaat omzetten in volwassen Kerk zijn. Het missionariaat zijn eindbestemming en opheffing laten bereiken.

Na het seminarie van Boma volgde een gelijkaardige taak in het Scholasticaat van Scheut in Kinshasa. Congolese scheutisten is spe begeleiden. Even terloops vermelden dat pater Leonard de huidige algemene overste van de wereldorde Scheut die een Congolees is, nog zeer goed gekend heeft als een van zijn misdienaren. Een voorbeeld van soms nog altijd te beperkte ontvoogding binnen onze Kerkstructuren.

In 1992 kreeg het leven van pater Leonard een felle deuk. In de verwarde periode van het naderend einde van de Mobutu-periode, werd pater Leonard tijdens de grote protestacties gearresteerd. Een pijnlijke zaak met zijn uitzetting uit het land als gevolg. Een niet gewilde ballingschap van acht maanden. Toch ook tot rust en bezinning komen in het gezin van zijn zuster Marie-Rose in de Antoon Van Dycklaan waar ook zijn vader reeds negen jaar vertoefde. Pater Leonard kon er zijn vader bijstaan in zijn laatste levensdagen. Een gave die veel goed maakte en hem als een teken van hierboven stimuleerde om terug te keren naar zijn tweede vaderland Congo. Daar verrichtte hij tussen 1992 en 1998 missionair werk in het districthuis van de Scheutisten in Kangu.

Terug thuis: vlijtige rust

In 1998 keerde pater Leonard definitief terug naar België. Hij werd econoom benoemd in het Scheutistenhuis in Kortrijk. Maar pastoraal bleef hij bezield bezig. Op onze Sint-Pius X-parochie droeg hij heel regelmatig de weekmissen op en was een hele tijd verantwoordelijk voor de ziekenpastoraal. Ondertussen was hij regionaal proost geworden van de christelijke beweging van gepensioneerden, later omgevormd tot Okra. Daar voelt pater Leonard zich nog altijd als een vis in het water. Pastoraal begeleider zijn van 10.000 Okra-leden binnen de regio Kortrijk en spiritueel begeleider zijn van 36 trefpunten (afdelingen). Ook nu hij sedert 2006 op rust is in het huis van de Scheutisten in Rumbeke, blijft hij zich hard voor Okra inzetten. Hij vindt er zijn adagio in terug: “kunnen samenwerken in harmonie en dienstbaarheid met lekenvrijwilligers. Aldus kunnen meewerken aan een Kerk die zich steeds moet kunnen vernieuwen en haar starheid overwinnen, dat is zijn hedendaags missionariaat. En dat… wil hij nu ook bescheiden helpen verwezenlijken op onze Sint-Pius X-parochie. Pater Leo, allen samen, gaan wij ervoor.