Vastentaal

4 maart 2015


Weer even een uitschietertje. Jullie, lezers, hebben waarschijnlijk al een hele leestijd lang, gevoeld dat taal een echte hobby, zeg maar “bijna obsessie” is voor jullie redacteur. Taal als heerlijk bindmiddel tussen mensen. Taal als toegangsluik naar de harten van anderen. Taal als hulpmiddel bij het navolgen van die sterke evangelische woorden: “Heb je naaste lief als jezelf”.
Jullie redacteur kon het dan ook niet nalaten, even taalkundig het begrip of woord vasten te benaderen. Taal maakt immers deel uit van ons erfgoed. Heeft historische ontwikkelingen en nuances in zich. Dus even vastentaal ontleden.

Aswoensdag

Op woensdag 18 april begonnen wij er weer aan: onze vasten. Met een askruisje in de gebedsviering van Aswoensdag, keurig opgebouwd door diaken Dirk Deceuninck en echtgenote koster Ann. Een fijne dienst. Naar de kern en de oorsprong van ons ZIJN. Het begon symbolisch met de palmverbranding. Waar op symbolische wijze de palmtakken van het voorbije jaar werden verbrand. De symboliek is duidelijk: met de verbranding van deze palmtakken worden ook het leed en het verdriet, die ons het voorbije jaar hebben getekend, verbrand.
De woorddienst uit de profeet Joël en uit Mattheus, gaven duidelijk dezelfde boodschap weer: “Jouw vader die in het verborgene ziet, zal het je lonen”.
Daarna volgde de zegening van de as en de asoplegging. Gevolgd door de voorbeden, het gebed over de gaven en de communie. Meteen was de veertigdagentijd gestart met een goed bijgewoonde dienst. Een vastenpluim voor Ann en Dirk die in deze moeilijke tijden voor de parochie Sint-Pius X, een aardig vastentandje bijzetten.

Nu wat profaner: een taaluitstapje

Even heel officieel. De dikke Van Dale (precies 3730 pagina's) geeft volgende officiële definitie van het woord VASTEN: “zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten en drinken”. Zeg maar, een bijna culinaire, gastronomische definitie. Jeroen Meus en Piet Huysentruyt zullen het niet graag horen!
Hier zijn een aantal leuke etymologische (volkstaalkundige) uitdrukkingen ontstaan. Er even enkele op een rijtje plaatsen.

“Ik voel mij niet lekker (wat ook de zondige (?) oorzaak kan zijn), ik zal vandaag eens vasten”. Waarschijnlijk voor iedereen wel echt duidelijk wat die uitdrukking betekent.

Ziezo, hierbij hebben jullie er zes gekregen. Een taalkundig vastenpakketje. De vastenbobijn is echter nog niet af. Er zijn immers naast de uitdrukkingen, ook heel wat samengestelde vastenwoorden ontstaan. Dat willen wij jullie gewis niet onthouden. Sommigen zullen jullie bekend in de oren klinken, andere gaan ver terug in de vastentraditie en in historische gebruiken. Een pêle-mêle summier overzichtje hiervan.

Vastenwoorden

Zo heb je er alvast tien in de hand (in de mond) gekregen. Een middel om de ernst en het soms vroeger “opgelegde” en “ingepeperde” wat meer humor en luchtvaardigheid te geven. Daarmee kan het huidige vasten een diepere en persoonlijker karakter krijgen. De vastentijd als creatief middel om naar de kern van onthechting te gaan. Of, zoals het zo beeldend is uitgedrukt op onze federatiefolder: Vasten als een tocht naar “Solidariteit, Stilte en Soberheid”. Het klinkt in deze tijd bijna als een S.O.S.-bericht.
Vanwege jullie redacteur: “een zachte, weldoende en verdiepende veertigdagenperiode gewenst”.