Voorstelling van het jubileumboek - 24 april 2009

verslag - toespraak van kerkraadvoorzitter Dirk Verhenne - referaat door de auteur Chris De Paepe

Het boek kan nog aangekocht worden:
- ofwel in de kerk bij Dirk Deceuninck;
- ofwel door overschrijving van 30 euro op rekening 748-0211412-55 van Kerkfabriek Sint-Pius X met vermelding “Boek 50 jaar Sint-Pius X”. In dit geval wordt het boek aan huis bezorgd.

Een memorabele avond


Vrijdag 24 april zal in de geschiedenis van Sint-Pius X en in het geheugen van de inwoners van de wijk Sint-Pius X blijven wapperen. In een werkelijk bomvolle kerk – 350 aanwezigen – werd het boek van professor Christian De Paepe over 50-jaar Sint-Pius X voorgesteld.

Een voltreffer… De avond begon met prachtig orgelspel van onze organiste Inge. Zij kon tenvolle haar opleiding in het Lemmensinstituut waarmaken. Een volwaardige inleiding en introductie op wat volgde.

Kerkraad-voorzitter Dirk Verhenne leidde op zijn eigen enthousiaste en pittige manier Prof. Christian De Paepe in en duidde meteen het boek in de geschiedenis van de Sint-Pius X-parochie.

Daarna het gesmaakt referaat van auteur Christian De Paepe: klaar, direct met hier en daar een snuifje verwachting dat tot lezersverlangen aanzette. Helemaal in de aard en de trant van het boek: kleurig, kunstig, klasrijk.

Na een stukje orgelspel, opnieuw een verrassing: vier archieffilmpjes over de bouw, de inzegening en de eerste Misviering van onze Kerk. Voor de vele aanwezigen een historische revival vol afwisseling en herinneringen. De anekdotische commentaar van Chris daarbij, werkte origineel verhelderend en oogstte enorme bijval.

En daarna… om het cliché uit te drukken “le moment suprême”. Het boek werd door uitgever Timperman plechtig overhandigd aan de auteur, aan Dirk Verhenne, aan de voorzitter van de stuurgroep 50-jaar Sint-Pius X Hugo Verhenne, aan de pastoors priester Noël en priester Geert en aan de uitwerker van de prachtige lay-out, de heer Duyck. Een plechtig moment in de Pius X-geschiedenis.

Tijdens de uiterst gezellige, drukke en ontmoetende receptie, signeerde de auteur zijn werk. Het was aanschuiven geblazen. Maar aldus had ieder een alibi om er een lange, goedmoedige receptie van te maken, de auteur ter ere.

Toespraak door Dirk Verhenne, voorzitter van de kerkraad

Dames en Heren, Goede Vrienden,

Vandaag stellen wij u dus ons jubileumboek voor “Een halve eeuw Sint-Pius X”.
Wij houden het wel nog even voor jullie verborgen. Maar u zal straks kunnen vaststellen dat het een prachtig boek is geworden, een gouden jubileum waardig.
Wij hebben dit mede te danken aan de Uitgeverij Groeninghe van Kortrijk, die het eindresultaat van alle werk heeft vereeuwigd in een duurzaam en bezienswaardig boek, gesierd met alle luxe- en kleurenattributen die hiervoor nodig zijn.

De Uitgeverij Groeninghe zou dit werk niet kunnen verwezenlijken hebben indien, voorafgaand aan het drukken, de vormgeving, bladschikking en andere layout- keuzes niet op hetzelfde hoogstaande artistieke niveau waren gebeurd. Wij konden hiervoor beroep doen op Johan Duyck die zich met dit boek eens te meer heeft overtroffen.

Maar deze aristieke vormgeving zou helemaal niet nodig geweest zijn, indien wij voor ons boek geen verhaal en schrijver hadden gehad.

Velen onder u… de meesten onder u kennen deze schrijver : Christian De Paepe.
Chris is op deze parochie, waar hij is opgegroeid en nog altijd woont, een veel geziene en graag geziene persoon. Wij kennen hem hier vooral als priester. Hij heeft hier namelijk, samen met de aangestelde pastoors, een stukje van onze parochiegeschiedenis helpen invullen.

In de wereld buiten onze parochie (en het woord “wereld” bedoel ik echt letterlijk) is Chris vooral gekend omwille van zijn literaire kennis en bijhorende competenties.
Hij is ooit, uiteraard een hele tijd geleden, afgestudeerd als doctor in de Romaanse filologie en is in die hoedanigheid professor geworden aan de Universiteit Leuven. Zijn Romaanse interesses waren vooral gericht op de Spaans-sprekende landen en zijn grote bekwaamheid als literair expert binnen deze regio’s is vooral in de aandacht gekomen toen hij door de Spaanse overheid (jawel!...) werd aangezocht om een uitgebreid onderzoek te starten naar de werken en geschiedenis van de in 1936 vermoorde Spaanse dichter, toneelschrijver en kunstenaar Federico Garcia Lorca, wiens oeuvre en gedachtengoed tijdens het Franco-regime op veel verschillende plaatsen was opgeslagen en verborgen gehouden.

Het is opvallend dat uitgerekend een Vlaming werd gevraagd om in Spaanse kluizen, kelders en andere duistere plaatsen op zoek te gaan naar basisdocumenten, manuscripten, politieke en literaire commentaren die de oorsprong en de evolutie van de werken van Lorca kunnen uitleggen en verklaren.

Ondertussen en zeker hierdoor is Chris een wereldautoriteit geworden op het gebied van Lorca, maar ook in verband met de Spaanse literatuur in het algemeen.
En ondertussen begrijpen wij ook een beetje meer en beter wat hij telkens weer in Spanje moest gaan zoeken, en waarom Spanje een beetje zijn tweede thuisland is geworden.

Omwille van deze grote expertise en dit talent om te gaan delven in geschiedenis en oude documenten, was Chris voor ons de ideale persoon om ook in onze eigen historie op zoek te gaan naar ongekende raadsels, mysteries en verklaringen voor gebeurtenissen en evolutie van onze kerkgemeenschap.
In de archiefruimte van onze kerk heeft Chris met minutieuze voorzichtigheid alle grote en kleine documenten omgedraaid, bestudeerd en geklasseerd. Uit dit monnikenwerk is een prachtig en interessant lees- en kijkboek ontstaan, waarin praktisch geen enkel detail werd overgeslagen en waarin met historische precisie een verhaal wordt gebracht over een levende en evoluerende geloofsgemeenschap.

Het is een verhaal over mensen … Het ligt dus ook dicht bij ons hart en onze gevoelens.
Het is het bewijs dat deze parochie Sint-Pius X, ook in de huidige tijd, in staat is om een geloofsgemeenschap te zijn en prachtige dingen te realiseren.
Zoals de vele andere verwezenlijkingen die in het kader van ons 50-jarig bestaan zijn gegroeid, is ook dit boek een product van de bloei van onze gemeenschap. Het is dan ook “een bloem van een boek” geworden.

Het boek heeft ook een grote symbolische betekenis. Het is een blijvende getuigenis van onze geschiedenis en een uitnodiging om hieraan een vervolg te koppelen.
Het is in dit verband mijn grote wens dat iedereen die hiervoor is aangesteld of zich als vrijwilliger geroepen voelt om hieraan mee te werken, op deze weg wil verder gaan en de nodige aandacht en inspanning wil opbrengen om de bloei van deze parochiegemeenschap in stand te houden.

Ook Mgr. Roger Vangheluwe heeft het boek ten zeerste geapprecieerd. Hij heeft in zijn voorwoord veel lovende woorden voor zijn vroegere klasgenoot Chris De Paepe. Niettemin ontwaar ik in zijn commentaar enige twijfel of het boek wel voldoende de geloofsbeleving op onze parochie aan de oppervlakte kan brengen. Bisschop Vangheluwe kan zich echter bij deze opmerking op geen enkele pauselijke bevoegdheid beroepen en wij hoeven dan ook geenszins met enige mogelijke onfeilbaarheid rekening te houden.

Ik veroorloof mij dan ook om niet akkoord te gaan met deze gedachte. Integendeel, ik vind precies dat de kracht van het boek en de kracht van de schrijver gevormd wordt doordat dit geen verhaal is van voorwerpen en documenten, maar het verhaal van talloze mensen die, door hun inzet en samenwerken, een geloofsgemeenschap hebben laten groeien en aldus ook geloofsgeschiedenis hebben geschreven.

Dit alles vormt het verhaal van Chris De Paepe.
Maar laten wij het verhaal door de verteller zelf naar jullie brengen.

Ik stel hem graag aan jullie voor, maar niet zonder hem eerst nog in passende Lorca-stijl te zeggen dat dit een “bloem van een boek” is waar wij vol verwachting naar uitkijken.
Ik citeer uit het gedicht “Libro” (“Boek”) van Federico Garcia Lorca

Zoals de neusjes van kinderen
Tegen matte ruiten gedrukt,
Zo de bloemen van dit boek
Op de onzichtbare ruit van de jaren”

“Asi las flores de este libro
Sobre el cristal invisible de los años”

“Las flores de este libro ….” De “bloemen” van dit boek werden samengebracht, verzameld en uitgewerkt tot een prachtig kijk- en leesboek door priester, professor, vriend en schrijver Chris De Paepe.

Referaat door de auteur Chris De Paepe

Bijna drie jaar geleden heeft het kerkbestuur van de St.-Pius X-parochie me gevraagd de halve eeuw geschiedenis van onze wijk en parochie in een boek bijeen te brengen als onderdeel van een rijk gevuld jubileumprogramma. Vandaag leg ik het resultaat voor van anderhalf jaar onderzoek en schrijfwerk.Vijftig jaar leven van een bescheiden lokale kerkelijke gemeenschap betekent misschien niet zo veel binnen het geheel van de geschiedenis van de kerk in onze streek en onze stad, laat staan in de wereld. Maar is onze gemeenschap niet groot en is de periode niet lang, de maatschappelijke evolutie is in de tweede helft van de twintigste eeuw zo alomvattend geweest dat er zich op zeer veel vlakken, en zeker ook op het religieuze vlak, een ware fluwelen revolutie heeft voltrokken.De St.-Pius X-parochie is geboren uit de economische heropleving, demografische expansie en sociale heropbloei van de stad na de Tweede Wereldoorlog. Was de schoolstrijd midden de jaren vijftig de oorzaak van hevige barensweeën, op geestelijk vlak krijgt de nieuwe parochie meteen een krachtige impuls vanwege het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Expansie en vertrouwen in de toekomst bij de burgerlijke gemeenschap en spirituele herbronning van de geloofsgemeenschap gaan jaren lang hand in hand. Religieuze praktijk, pastorale zorg en belangstelling voor de wereldkerk kennen een hoge bloei en werpen op korte tijd rijpe vruchten af niettegenstaande de klassieke spanningen tussen vernieuwingsgezinde en behoudsgezinde geloofsgenoten.

Het duurt niet lang of een algemene socio-economische vertraging en een ingrijpende beweging van secularisatie en deklerikalisatie, beginnen te knagen aan die hoogconjunctuur. Gedurende het laatste kwart van de twintigste eeuw slaagt de Vlaamse kerkgemeenschap er nog enigszins in de schade te beperken. Bij ons houden twee dicht bij de mensen levende parochiepriesters de gemeenschap nog een tijdlang bijeen, vooral dankzij hun optie voor een dynamische en open volkskerk.
Kort na de eeuwwisseling duwt een ingrijpende herstructurering van de parochies binnen het Bisdom Brugge ook de gelovige gemeenschap van St.-Pius X met de neus op de nuchtere realiteit: zoals ongeveer overal in West-Europa is ook onze parochie, zij het nu in een federatiemodel, kwantitatief tot een bijbelse kleine rest teruggebracht. Kwalitatief gezien dient zich een gunstige tijd aan voor verdieping van essentiële christelijke waarden als gebed, dienst en vorming, een tijd van wachtend zaaisel.

Een halve eeuw Sint-Pius X Kortrijk brengt het al bijeen nog korte levensverhaal van een kleine parochie aan de rand van een middelgrote stad, tussen de hoopvolle geestelijke dynamiek van het Tweede Vaticaans Concilie en de verstilde maar vreugdevolle dieptewerking van een sociologische minderheidskerk.

Je staat versteld hoeveel belangrijke aspecten van de maatschappij je onder ogen krijgt als je vijftig jaar parochiegeschiedenis in een notendop moet voorstellen. Je ontmoet eerst en vooral veel mensen die op een of andere wijze met het leven van de parochie betrokken zijn (geweest) en van wie er gelukkig nog heel wat in goede doen zijn. De meesten behoren tot het gewone kerkvolk. Ze woonden hier vroeger al of trokken hier in. Ze zijn hier geboren, hebben hier hun eerste communie of hun vormselfeest gevierd, zijn hier getrouwd, gestorven of begraven. Ze hebben hier hun werk of hun partner gevonden, hebben hier hun kinderen gehad, ze komen hier al dan niet regelmatig of bij een bijzondere gelegenheid bidden, feest vieren of rouwen. Sommigen zijn ongewild en stilaan in de rand beland. Nog anderen zijn gewild aan de kant gaan staan of hebben bewust hun kerk de rug toegekeerd.

Behalve een nieuwe woonwijk en een nieuwe kerk is hier ook een nieuwe schoolgemeenschap gegroeid. Nog voor de parochie liturgisch van start ging liepen hier al kleuters school. De vijftig jaar viering van de parochie is daarom niet los te denken van die van de school. Eerst een kleuterschool, met de jaren ook een volledige basisschool en een school voor bijzonder lager onderwijs. Vandaag herbergt het gebouwencomplex achter de kerk ook een Open Schoolinstelling voor volwassenenonderwijs.

Voor heel die gemeenschap van bij de drie duizend inwoners hebben zeer veel mensen zich ingezet en ik verheug me zeer er hier een goed deel van te zien. Daar zijn de officieel benoemde herders, vier pastoors en één medepastoor van het ancien regime en de meerkoppige federale equipe van vandaag, elk met eigen charisma, gaven, mogelijkheden en zwaktes, er zijn de kerkbedienden, kosters, orgelisten en andere medewerkers, voorzitters en leden van de kerkraad. Maar ook die grote groep vrijwilligers, in zangkoren en allerlei liturgische, catechetische, missionaire, socio-culturele en sportieve bewegingen. Een parochie is een schakel tussen kerk en wereld, tussen onderwijs en cultuur, tussen geloof en sociale dienst, tussen jong en minder jong. Een levende parochie overstijgt de territoriale grenzen door haar zonen en dochters uit te zenden, door jonge kerken te ondersteunen en door economische en sociaal achtergestelde bevolkingsgroepen bij te staan.

Heel wat aandacht gaat in deze parochiale kroniek naar de voorgeschiedenis, de start en de eerste levensperiode. De materiële bouw van het huis van stenen en de geestelijke opbouw van een eerste - nog preconciliaire - gemeenschap van mensen, hebben hun deel aan bouwlust en bouwlast meegebracht. Wie waren die mensen die meer dan vijftig jaar terug, in de laatste jaren van het rijke Roomse leven, de kracht opbrachten om stenen, financies, wereldlijke en geestelijke verantwoordelijken, administratieve stukken, tegenslagen en tegenwerkingen, kunstwerken, meubilair en nog zoveel andere dingen, samen te voegen tot een geestelijke tempel, tot ‘zomaar een dak boven wat hoofden’ zoals we af en toe ook eens zingen? Na het avontuur van de pioniers volgt het verhaal van de vroegste zaaiers op de akker van de Geest. Daarna lezen we wie met de bloei van een volle kerk ook de hitte van de dag hebben gedragen of nog altijd dragen zij het nu met een uitgedunde kudde. Een boeiend en menselijk gevarieerd verhaal, aangevuld met een beknopte tijdtafel en een verkenning van het parochiale grondgebied, het kerkgebouw, de kunstwerken en het meubilair.

Behalve de pas aangehaalde algemeen menselijke en (kerk)historische belangstellingspunten had ik ook nog persoonlijke goede redenen om de opdracht van het kerkbestuur graag te aanvaarden. Vijfentwintig jaar terug, in 1984, bij het zilveren jubileum van de parochie, publiceerde mijn vader, Raoul De Paepe, een beknopt overzicht van 25 jaar Sint-Pius X Kortrijk. Hij droeg zijn boek op aan zijn drie zonen. Ik zag het als mijn plicht, nu zowel vader als moeder en mijn oudste broer overleden zijn, het werk voort te zetten en het resultaat van vaders onderzoek te integreren in deze nieuwe brok parochiegeschiedenis. Het is met veel dankbaarheid jegens mijn ouders en broers dat ik hen op mijn beurt dit boek opdraag.

Ik had nog een andere filiale plicht, met name ten aanzien van de parochie zelf. Oorspronkelijk afkomstig van een andere Kortrijkse parochie, kwam onze familie, zoals zoveel andere jonge gezinnen, in de beginnende jaren vijftig een nieuw huis bewonen, gelegen op het grondgebied tussen Leie, Kuurnse- en Brugsesteenweg, dat vijf jaar later het territorium zou uitmaken van St.-Pius X. De familie is vanaf de stichting tot op de dag van vandaag getuige (geweest) van het reilen en zeilen van onze parochie. Hier hoorden we voor het eerst van de oprichting van een kapelanij en van de vroegste bouwplannen, we waren erbij als de eerste steen werd gelegd, we zagen de kerk in de steigers, later volledig opgebouwd en nog later bijgebouwd, we zaten tussen het kerkvolk bij grote en kleine plechtigheden, in de zondagse en door de weekse eucharistievieringen. Vader en vooral moeder namen actief deel aan sociale en missionaire parochiale activiteiten. Ze zijn hier ook begraven. We hebben alle parochiepriesters, kerkbedienden en andere medewerkers persoonlijk gekend en vele van hen kwamen (en komen nog) als vrienden aan huis. In april 1963 mocht ik als eerste van de parochie in deze kerk tot priester worden gewijd. Tot op vandaag is me door de opeenvolgende parochieverantwoordelijken de vreugde gegund dienst te mogen verlenen in de kerk ook al was me in al die jaren officieel nooit enige parochiale taak toevertrouwd, behalve dan een korter of langer tussendoortje bij het afscheid van een pastoor tot aan de installatie van een nieuwe.

Als permanente oog- en oorgetuige, met de vinger aan de pols van een halve eeuw parochieleven, als medespeler op de achtergrond zonder rechtstreekse verantwoordelijkheid, stond ik op een geprivilegieerde plaats bij het schrijven van dit boek. Deze positie bood goede kansen op betrouwbare informatie, maar vroeg ook discretie en zin voor objectiviteit. Vaders werk bestond uit een evenwichtig drieluik: een derde tekst met objectieve gegevens; een derde illustraties, foto’s en documenten en een derde bijlagen en lijsten. Van die gegevensbank heb ik dankbaar gebruik gemaakt. Ook zijn betrachting van objectiviteit heb ik in ere willen houden. Toch heb ik van meet af aan geopteerd voor een minder zakelijke aanpak. Mijn verhaal is gewild persoonlijker gekleurd, breder maatschappelijk en niet louter kerkelijk, met plaats voor een eigenzinnige noot, met een kritische kijk maar ook met zo veel mogelijk inleving voor actoren en gebeurtenissen. Niet dat ik de documentaire voorstudie en de archivalische bronnen zou hebben verwaarloosd. Integendeel. Het volledige kerkarchief van St.-Pius X (dertien strekkende meters papier, bijna honderd archiefdozen, een zestigtal registers, rekeningboeken, liturgische agenda’s, albums met krantenknipsels, foto’s, grondplannen, schetsen en tekeningen, affiches, losse folders, correspondentiestukken), een deel van het archief van de moederkerk St.-Elooi, het bisschoppelijk en gemeentelijk archief en veel privédocumentatie is stuk voor stuk bovengehaald, zorgvuldig onderzocht en veelvuldig gebruikt. Toch heb ik gedacht dat ik voor een levend organisme als onze parochie, geen droog wetenschappelijk verslag moest opstellen, maar een aangenaam leesbaar, licht verteerbaar, levensecht, hier en daar anekdotisch gekruid en vooral persoonlijk verhaal. Hopelijk beantwoordt het resultaat aan mijn opzet en aan jullie verwachting.

De vreugde brengt ons samen in dit huis”, zegt de dichter van een prachtig kerklied. Maar ook die andere nuchtere waarheid: “Dit huis slijt met ons aan de tijd”. Ik dank de talloze personen en instellingen die me vriendelijk hebben geholpen bij mijn opzoekingen, de verantwoordelijken en medewerkers van de bezochte archieven, de priesters en diakens van de huidige federale ploeg, de vroegere nog levende pastoors en de families van de overleden herders en kerkbouwers, kosters, kerkbedienden, koorleiders, collega’s, voorzitter en leden van de kerkraad, verantwoordelijken van de onderscheiden parochiale verenigingen en werkgroepen en de vele parochianen die spontaan hun fotoboeken en andere stukken ter consultatie hebben aangeboden. Ik waag het niet ook maar iemand met naam te vermelden. Elk van hen is evenwel zeer oprecht bedankt. Hopelijk vindt iedereen de neerslag van zijn bereidwillige hulp terug tussen de bladzijden van dit boek.

Ook al wie er voor hebben gezorgd dat het werk er materieel is gekomen wil ik danken: de opdrachtgevers, het gulle en vlotte kerkbestuur, het actieve en stevig geleide feestcomité, de verantwoordelijken van de tentoonstelling in het najaar van 2008 die een eerste overzicht van de beschikbare materialen lieten zien, de milde sponsors, de nauwlettende taaladviseur en de geduldige proeflezers, de enkele met name bekende en de massa anonieme fotografen, de kunstzinnige layoutman, de keurige drukker en de zorgzame uitgever die, eerst elk op zijn eigen plaats en vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en dan allen samen, een aantrekkelijk lees- en kijkboek hebben gemaakt van 272 bladzijden, met talrijke onuitgegeven foto’s en documenten. Ten slotte zijn nog de twee vrienden bedankt die bereid waren een kort voorwoord te schrijven bij deze brok lokale kerkgeschiedenis die ook een stukje van hun eigen levensverhaal is. Het is in elk geval een groot stuk van het mijne. Hopelijk mag het ook voor elk van jullie een stukje levensverhaal zijn of worden. Dank.

Chris(tian) De Paepe