De Zusters van Liefde van Heule op Overleie

In 2013 vierde de congregatie van de Zusters van Liefde van Heule een jubileum: 175 jaar geleden werd de congregatie gesticht. Ook op onze Sint-Elooisparochie heeft de aanwezigheid van de Zusters van Liefde van Heule al een lange geschiedenis. Op deze pagina schetsen we deze geschiedenis.


Het ontstaan van de congregatie - De Zusters van Liefde komen naar Overleie -
De activiteiten nemen uitbreiding - Naar de Rekollettenstraat - Oorlogsleed - Van 1945 tot heden

Het ontstaan van de congregatie

De eerste helft van de negentiende eeuw werd in onze streken gekenmerkt door grote armoede. De textielnijverheid was in verval, strenge winters en mislukte oogsten deden de voedselprijzen stijgen. Er was werkloosheid maar ook kinderarbeid, er braken epidemieën uit, er waren veel weeskinderen, en bejaarden werden aan hun lot overgelaten.
Agatha Lagae (1799-1864) was getroffen door deze vele noden en wilde zich dienstbaar maken aan de gemeenschap. Zij was de oudste dochter van François Lagae, notaris en burgemeester van Heule, en Barbara Verhaeghe, die er een 'lakensnijders- en pinnewarijwinkel' had. Agatha was een diepgelovige vrouw. Zij wilde intreden in de Karmel, maar haar gezondheid liet dit streng leven niet toe. In Heule bestond al sinds 1809 een armenschool, waar behoeftige kinderen leerden lezen, schrijven en spinnen. Agatha richtte zelf een zondagsschool op. In 1833 besloot ze samen met enkele andere jonge vrouwen om een kloostergemeenschap op te richten. Pastoor Denorme werd op de hoogte gebracht, en hij overtuigde vader Lagae om zijn toestemming te geven.
De eerste communauteit startte in 1834 en bestond uit Agatha Lagae (die nu Moeder Agatha werd genoemd), Juliana Dinnecourt en Melanie Cannaert. Zij begonnen met een grondige vernieuwing van de bestaande armenschool. Zij namen ook de zorg op voor weesmeisjes. De aandacht voor de minstbedeelden zou altijd de congregatie van Heule blijven kenmerken.

Pastoor Denorme hielp de zusters bij het opstellen van hun regel, die in 1836 werd goedgekeurd door de bisschop van Brugge, mgr. Bousen. Op 2 juli 1838 ging het klooster definitief van start: de eerste vier zusters (de drie reeds genoemde en Rosalie Lambrecht) legden de geloften af. De congregatie koos als patroon de H. Vincentius a Paulo en noemde zich Zusters van Liefde.

De activiteiten van de jonge congregatie namen snel uitbreiding. Op aandringen van de burgerij, die vaststelde dat de kinderen in de armenschool heel wat bijleerden, werd gestart met een burgerschool en in 1841 met een Franstalig pensionaat. Vanaf 1846 begonnen de zusters zich ook in te zetten voor de bejaardenzorg. Vanaf 1849 werden niet alleen weesmeisjes maar ook weesjongens in het klooster opgenomen.
De congregatie bloeide verder en er werden al gauw bijhuizen opgericht. In 1853 werd in Otegem op vraag van de pastoor een kloostergemeenschap en een schooltje gesticht. Begin 1887 waren er al 26 bijhuizen, in 1910 waren het er al 36. In 1928 werden de eerste zusters naar Afrika gezonden, naar Transvaal in zuidelijk Afrika. Vanaf 1948 waren er ook zusters in Congo.
Overal stelden en stellen ze zich dienstbaar in onderwijs en opvoeding, zorg voor zieken en bejaarden en pastoraal werk.

De Zusters van Liefde komen naar Overleie

In 1871 werd het elfde bijhuis van de congregatie opgericht aan Sint-Jansput op Overleie. In de Brugsestraat, ongeveer waar nu de fonteintjes van het Astridpark zijn, was er sinds 1863 een school voor arme kinderen, die werd gehouden door de Dames van Sint-Niklaas. Deze religieuzen moesten het werk in de school aan Sint-Jansput echter in 1871 opgeven door een tekort aan medezusters. René-Frans De Tollenaere was toen bestuurder van de school. Hij was onderpastoor van de Onze-Lieve-Vrouwparochie waar Overleie deel van uitmaakte (later zou hij de tweede pastoor van Sint-Elooi worden). Samen met deken Vandeputte vroeg hij de Zusters van Heule om de school over te nemen. Op 17 augustus 1871 namen de eerste vijf zusters van Liefde onder leiding van Moeder Stanislas hun intrek aan Sint-Jansput om - zo lezen we in de kroniek van de stichtingen van de zusters - "er zich met lijf en ziel toe te wijden aan de arme meisjes van Overleie, voor haar bestaan zich geheel en gansch overlatend aan de Goddelijke Voorzieningheid." In de gebouwen aan Sint-Jansput waren er dag- en noenscholen en 's zondags avondscholen met onderricht en ontspanning voor de meisjes.
We merken op dat de geschiedenis van de Zusters van Liefde op Overleie dus verder in de tijd teruggaat dan het bestaan van de Sint-Elooisparochie, die in 1877 werd gesticht.

De activiteiten nemen uitbreiding

Leo Vandewalle, de eerste pastoor van de nieuw opgerichte Sint-Elooisparochie, drong erop aan een "Franse school" voor meisjes uit de burgerij te openen. Op 1 mei 1878 begonnen de zusters dan ook met een Franse klas. Een van de zusters die er les gaf was zuster Columba, in de wereld Florence Gezelle, jongste zus van Guido Gezelle, die toen onderpastoor was op Onze-Lieve-Vrouw.

In 1881 kwam er nog een taak bij voor de zusters. In de Kapelstraat hadden de Broeders van Ronse (Oostakker) een bewaarschool voor jongetjes. De broeders hadden het in die periode zeer moeilijk, enerzijds door de perikelen rond de eerste schoolstrijd (de "ongelukswet" van de liberale regering Frère-Orban verbood vanaf 1879 de gemeenten om vrije scholen te subsidiëren), maar ook omdat ze in 1877 hun klooster hadden moeten verlaten voor de bouw van de nieuwe Sint-Elooiskerk. En zo trokken vanaf 13 juni 1881 dagelijks twee zusters naar de bewaarschool van de Kapelstraat om er voor zo'n tweehonderd (!) jongetjes te zorgen. Het getuigt van de inzet en ondernemingszin van de Zusters van Liefde dat ze erin slaagden scholen in stand te houden en uit te breiden in deze voor het katholiek onderwijs ongunstige periode.
In 1887 namen ze nog een bewaarschool onder hun hoede, gelegen in de Twaalf Apostelenstraat, bij de Koeimarkt (Veemarkt).

Moeder Stanislas overleed in 1891. Guido Gezelle dichtte op haar gedachtenisprentje:

Zoo zedig, zoo zorgvuldig en
zoo zelfvergetend wezen
en hadde ik nooit te huldigen,
en kende ik nooit voordezen.

Bekommerd in al 't minste dat
den evenmensch kon baten,
zoo had zij 't leven opgevat,
in al heur doen en laten.

Heure overheid was neder zijn,
en dienen te allen stonden
den Gene, die nu weder zijn
goê dienstmaagd heeft gevonden.

Naar de Rekollettenstraat

In 1888 werd het gouden jubileum van de congregatie gevierd. Het aantal zusters op Sint-Jansput was aangegroeid tot zestien en men gaf onderwijs aan zo'n 1100 kinderen. Moeder Stanislas werd opgevolgd door Moeder Salomé.
In het begin van de twintigste eeuw, onder het burgemeesterschap van August Reynaert, werden er grootscheepse saneringswerken uitgevoerd. De school aan Sint-Jansput moest samen met een honderdtal huisjes gesloopt worden om plaats te maken voor een uitbreiding van het reeds bestaande Sint-Janspark, dat werd omgedoopt tot Volkspark (vanaf 1935 Astridpark). De school aan Sint-Jansput was altijd eigendom geweest van de brouwersfamilie Tack, met als bekendste telg minister Pieter Tack. In 1905 verkocht de bejaarde Pieter Tack zijn kloosterschool aan de stad. Het gebouwencomplex werd in 1906 afgebroken.

In 1905 wisten de zusters drie loten grond te kopen in de Rekollettenstraat. In één jaar tijd rezen er drie mooie gebouwen op: een klooster, een school en een congregatiekapel met patronaatzaal. In 1906 werd het nieuwe complex in gebruik genomen. De school telde drie klassen in de meisjesbewaarschool en acht in de lagere meisjesschool. In 1908 verhuisden de twee klassen van de jongensbewaarschool van de Kapelstraat ook naar de Rekollettenstraat. Het leerlingenaantal schommelde nu rond de 750. Dat betekent dus dat er klassen waren van meer dan 50 leerlingen!

De naam Rekollettenstraat is afkomstig van het Rekolletten- of Minderbroedersklooster dat zich ooit in deze buurt bevond. Het werd gesticht in 1458 en was gelegen in het gebied begrensd door de huidige Overleiestraat, Fabriekskaai, Gasstraat en Meensestraat. Het klooster werd meermaals verwoest en heropgebouwd. Na de Franse revolutie werd het aangeslagen, de paters werden verjaagd, de kloosterkerk werd gesloopt en een aanzienlijk deel van het klooster afgebroken. Wat overbleef werd als zwart goed verkocht.
Wie vandaag de dag dus zegt "ik ben naar de Rekolletten naar school geweest", verwijst daarmee alleen naar de naam van de straat, niet naar de kloosterorde die het onderwijs verzorgde. Dat is immers vanaf de bouw van de school in 1906 altijd de congregatie van de Zusters van Liefde geweest.

Oorlogsleed

In 1914 brak de eerste wereldoorlog uit. In de nacht van 23 op 24 april 1915 kwamen de Duitsers plots de klassen bezetten. Tot het einde van de oorlog zouden school en patronaatgebouw geheel of gedeeltelijk bezet blijven door Duitse soldaten. De zusters bleven echter niet bij de pakken zitten. De volgende morgen waren er al vijf klassen ondergebracht in de kapel, de andere in het patronaat en bij de trap, tot er voor hen plaats was vrijgemaakt in het klooster. Er werd ook opvang gevonden in magazijnen en privéwoningen, tot zelfs in de kapel van de jongelingenkring. Hoewel de zusters in de oorlogsjaren wel vijf maal moesten verhuizen, bleven de lessen altijd doorgaan. Tegen het einde van de oorlog werden de gebouwen in de Rekollettenstraat zwaar beschadigd, eerst door bombardementen en dan door beschietingen bij de doorbraak van de geallieerden. De zusters moesten zich enkele dagen terugtrekken in Heule. Bij hun terugkeer stelden ze vast dat het dak en de ruiten van het klooster vernield waren.

Onmiddellijk werd begonnen met voorlopige herstellingen zodat op 15 november 1918, enkele dagen na de wapenstilstand, enkele klassen konden starten. Het werd een moeilijke periode van heropbouw, maar in 1921, 50 jaar na de komst van de Zusters van Liefde naar Overleie, beschikte de school weer over dertien luchtige klassen met mooie meubels en uitstekende leermiddelen. Bij het feest ter gelegenheid van dit gouden jubileum werd dan ook terecht gezongen:

Gegroet, o Zusters die voorhenen
hier hebt gezaaid, gezorgd, geplant.
Gegroet, uw werk is niet verdwenen:
het houdt nog altijd bloeiend stand.

Woorden, in het taaleigen van die tijd geformuleerd, maar die vandaag, bijna een eeuw later, nog actueel zijn.

Na de periode van herstel was het weer tijd voor nieuwe initiatieven. In het begin van de dertiger jaren werd een nieuwe school opgericht in de Villa Maria in de Kortrijksestraat in Heule. Deze school wordt in de volksmond 't Villaatje genoemd. Kinderen uit de buurt konden zo dichter bij huis naar school en moesten het kruispunt van de Meensepoort niet oversteken. Daardoor werden in de Rekollettenstraat enkele klassen afgeschaft. In 1940 waren er acht klassen in de lagere school en drie bewaarklassen.

In het begin van de tweede wereldoorlog werden veel vluchtelingen opgevangen in de klassen en werden de lessen noodgedwongen geschorst. Dit duurde tot kort na de capitulatie op 28 mei 1940. Daarna verliep het schoolleven bijna normaal. De laatste oorlogsdagen voor de bevrijding zouden echter rampzalig worden voor de kloostergemeenschap en voor Overleie. Op 26 maart 1944 voerden de geallieerden een luchtaanval uit op Kortrijk. Het bombardement veroorzaakte een ravage. Er vielen meer dan 250 doden. Het klooster in de Rekollettenstraat werd ook geraakt door enkele voltreffers. Twaalf zusters werden van onder het puin gehaald, negen van hen waren overleden. De hele buurt was in rouw. Op donderdag 30 maart werden de slachtoffers begraven.
De klassen stonden na deze luchtaanval nog recht, maar een volgend bombardement op 21 juli 1944 maakte er een puinhoop van.
Opnieuw stonden de zusters voor de taak om, naast het verwerken van het immens verdriet, te starten met de heropbouw van hun werk op Overleie.

foto's: Na het eerste bombardement was het klooster verwoest, de erachter gelegen klasgebouwen stonden nog recht - De negen zusters die bij het bombardement omkwamen


Van 1945 tot heden

Na het rampzalige einde van de tweede wereldoorlog, waarbij negen zusters het leven lieten en de klooster- en schoolgebouwen verwoest werden, stuurde de congregatie zeven andere zusters naar Overleie. Ze vonden voorlopig onderdak in de toenmalige pastorie in de Overleiestraat 57 (nu het Revalidatiecentrum Overleie). De klassen werden gehouden in een groot burgershuis in de Overleiestraat 17 (nu Weverij Vanneste). Met veel dynamisme vatte de congregatie de heropbouw van school en klooster aan. In 1948 was het nieuwe schoolgebouw al klaar met twaalf klaslokalen en een huishoudklas, een turn- en feestzaal, een gedeelte overdekte speelplaats en sanitair. Daarna werd het nieuwe klooster gebouwd in de Rekollettenstraat 48, zoals we het vandaag nog kennen. Op 1 september 1949 waren er in de school zes religieuzen en zeven lekenonderwijzeressen werkzaam. De school kwam opnieuw tot bloei en werd gerespecteerd voor haar kwaliteitsvol christelijk geïnspireerd onderwijs.

In de jaren vijftig en zestig steeg het bevolkingsaantal snel. De zogenaamde babyboom bracht met zich mee dat veel jonge kinderrijke gezinnen zich gingen vestigen in nieuwbouwwijken aan de rand van het stadscentrum. Daar ontstond dan ook de nood aan nieuwe kleuter- en basisscholen. In 1956 deed deken Verheecke een beroep op de gemeenschap van de Rekollettenstraat om een nieuwe school te stichten in de snel aangroeiende wijk in het noorden van Overleie, waar enkele jaren later de Sint-Pius X- parochie zou opgericht worden. In de Sint-Elooisdreef werd er een nieuwe school gebouwd, die de Mariaschool werd genoemd. Op 1 september 1957 startten de pioniers zuster Remigia en juffrouw Rosa Vynckier met twee kleuterklassen.
De aangroei van de nieuwe woonwijken ging gepaard met een daling en veroudering van de bevolking van het oude Overleie, een evolutie die de volgende decennia zou verdergaan. Ook het leerlingenaantal van de school in de Rekollettenstraat begon daardoor af te nemen.

In de jaren zestig van de twintigste eeuw tekenden zich een aantal nieuwe tendensen af in het onderwijs. Bijna alle leerlingen gingen na het zesde studiejaar naar een school waar ze het volledige secundair onderwijs konden volgen. De vierde graad van het lager onderwijs, met het zevende en achtste studiejaar, die nog bestond in de Rekollettenstraat, beantwoordde niet langer aan een behoefte en werd in 1965 afgeschaft.
Anderzijds begon men zich te realiseren dat er aan kinderen met bijzondere noden beter een aangepaste vorm van onderwijs kon aangeboden worden. Ook hierin behoorden de Zusters van Liefde weer tot de voortrekkers. Reeds in 1962 startte zr. Lydie Janssens met de eerste klas voor Bijzonder Lager Onderwijs voor kinderen met leermoeilijkheden. In 1966 werd de BLO-afdeling een zelfstandige school met zr. Lydie als schoolhoofd. We kennen de school nu als "De Brug". Na enkele jaren waren er lokalen tekort en werd een nieuw gebouw opgetrokken in de Sint-Elooisdreef naast de bestaande school. Het telde twaalf klaslokalen, maar was na enkele jaren ook al te klein. Dus werd er opnieuw gebouwd in de Rekollettenstraat, waar acht nieuwe lokalen verrezen. Er was nu dus een BLO-school voor meisjes in de Rekollettenstraat en een voor jongens in de Sint-Elooisdreef.

De reeds vermelde daling van de bevolking op Overleie zorgde voor een geleidelijk afnemend leerlingenaantal in de basisschool van de Rekollettenstraat. De school op Sint-Pius X bleef groeien. In 1969 werden de rollen dan ook omgekeerd: de wijkschool werd hoofdschool. In 1972 werd de basisschool in de Rekollettenstraat afgeschaft, alleen de kleuterklassen bleven nog een tijd behouden.
In de jaren zeventig waren er ook heel wat hervormingen in de organisatie van het onderwijs. Zo werden alle Kortrijkse vrije basisscholen verenigd in één vzw. Het bestuur van de basisschool in de Sint-Elooisdreef werd aan het Sint-Amandscollege toevertrouwd, dat van de BLO-school De Bloesem aan het VTI. Zuster Ann Hanson werd de enige zuster van de Rekollettenstraat die nog onderwijs gaf, in de kleuterafdeling van de school in de Sint-Elooisdreef.

Het einde van het kleuter- en lager onderwijs in de Rekollettenstraat betekende echter niet het einde van de pedagogische bekommernissen van de congregatie.
De Zusters van Liefde lagen aan de basis van een hele reeks initiatieven om gespecialiseerd dienstbetoon te bieden. In 1970 werd het "Centrum voor gehoorrevalidatie en logopedie opgericht" (nu heet het: Revalidatiecentrum Overleie). Een van de initiatiefnemers was zr. Marie-José Baeye, die vanaf 1960 schoolhoofd en plaatselijke overste was in de Rekollettenstraat, en sinds 1966 ook verantwoordelijke voor het onderwijs binnen de congregatie. Het centrum werd gehuisvest in de pastorie van Sint-Elooi, die door de kerkfabriek werd verkocht toen het aantal parochiepriesters van drie naar twee was teruggebracht. In 1972 werd het Revalidatiecentrum voor mentaal gehandicapten opgericht, dat tot doel had personen met een mentale handicap voor te bereiden op een optimale integratie in de maatschappij. Zuster Simonne Lamote kreeg de leiding over dit project. Al gauw bleek dat er voor ouders een dringende nood was aan opvang van hun kinderen tussen de therapieën door. Daarom werd in 1974 een dagverblijf opgericht, dat in 1980 uitgroeide tot het Medisch Pedagogisch instituut Zonnebloem, opnieuw met zr. Simonne Lamote als directrice. In 1978 waren de Zusters van Liefde ook mede-oprichters van de vzw Ter Leye, die opvang en begeleiding biedt aan moeders die in een crisissituatie verkeren en hun kinderen. Zr. Ann Van Ryckeghem, die nog directrice was geweest van de BLO-school in de Sint-Elooisdreef, werd als vrijwilligster de verantwoordelijke van Ter Leye.
Het waren stuk voor stuk initiatieven die passen in de roeping van de Zusters van Liefde om zich te wijden aan de noden van de meest hulpbehoevenden.

Er is nog een aspect van de inzet van de zusters dat we nog niet belicht hebben: hun betrokkenheid op de parochie. De zusters waren altijd actief in het parochieleven en ondersteunden de pastoraal. Ze hielpen de priesters waar mogelijk en deelden lief en leed van de buurt waar ze woonden. Tot op vandaag engageren de zusters van de Rekollettenstraat zich op veel manieren in de parochie: als koster, in de vormselcatechese, als lector, als lid van het parochiekoor, in de ziekenpastoraal, in een Bijbelgroep enz. Ook in het gebed worden de noden van de parochie en haar inwoners nooit vergeten.

Vandaag wonen er in het klooster in de Rekollettenstraat vijf zusters, evenveel als er in 1871 vanuit Heule naar Overleie werden gezonden. We zijn hen en alle zusters die tussenin aan Sint-Jansput en in de Rekollettenstraat hebben geleefd en gewerkt, immens dankbaar voor al het goede dat ze op Overleie en elders hebben gerealiseerd.