Verenigde parochieraden Federatie Sint-Amandus

Kerk vormen in Vlaanderen

Tweemaal per jaar houden de parochieraden van Sint-Elooi en Sint-Pius X en de kerngroep van de Sint-Michielsbeweging een gezamenlijke vergadering. Het is telkens een gelegenheid om samen te bidden, samen na te denken en elkaar in vriendschap te ontmoeten.
Zo waren we op 13 september 2011 met een dertigtal mensen samen in het Trefpunt. We begonnen de avond met een bezinnend moment: een gebed en een lied over vrede, die zo belangrijk is, niet alleen in de wereld maar ook in ons eigen hart. Het gebed van Franciscus van Assisi dat we samen baden, vind je elders op deze bladzijde.
Priester Nol gaf vervolgens aan de hand van een aantal teksten een inleiding over het thema "Kerk vormen in Vlaanderen".

Eerst werd de huidige toestand van de kerk in een historisch perspectief geplaatst. De kerk bevindt zich bij ons in een situatie waaraan we nog moeten wennen. Ze is niet meer "bodembedekkend", ze is niet meer aanwezig en zichtbaar in alle facetten van onze maatschappij. Het aantal regelmatige kerkgangers is gedaald tot 5 10 procent van de bevolking. We kunnen dus niet meer spreken van een christelijk Vlaanderen, maar we zijn christenen in Vlaanderen. Deze situatie is echter niet uniek in de geschiedenis van het christendom. Voor het door de Romeinse keizer Constantijn werd erkend en later door keizer Theodosius tot staatsgodsdienst werd verheven, vormden de christenen ook maar 5 10 procent van de bevolking in het Romeinse rijk. In India, waar het christendom nooit staatsgodsdienst is geweest, is door de eeuwen heen het aantal christenen altijd rond 1% van de bevolking blijven schommelen. De situatie die we bij ons tot ver in de twintigste eeuw hebben gekend, mogen we dus niet als het enig mogelijk beeld van de kerk voor ogen houden.

Vanuit het besef dat de huidige toestand van de kerk niet uniek is, kunnen we nadenken over de toekomst van de kerk.
In een toespraak van Mgr. De Kesel, gepubliceerd in het tijdschrift Collationes, schetst onze bisschop vier perspectieven voor de kerk van morgen:

Een bescheiden kerk
Dit betekent: een kerk die aanvaardt dat ze niet meer de maatschappelijke positie heeft die ze vroeger heeft gehad.

Een kleinere kerk
Ook al zullen de christenen nog een representatief deel van de bevolking blijven, het is een kerk die niet meer het overgrote deel van de samenleving vertegenwoordigt. De kerk kan ook niet meer alomtegenwoordig zijn. Wel kunnen er overal christenen leven. Het is uiterst belangrijk dat er ter plaatse groepsvorming mogelijk is, waar christenen elkaar steunen en bemoedigen. Maar plaatsen waar de grote christelijke gemeenschap in haar veelheid en verscheidenheid samenkomt en waar alles aanwezig is om van een kerkgemeenschap te kunnen spreken, die plaatsen zullen minder talrijk worden.

Een belijdende kerk
Juist in een seculiere en pluralistische cultuur weet de kerk dat ze niet meer alles en iedereen representeert. Ze vertegenwoordigt 'een' standpunt, 'een' mogelijkheid. Maar om relevant te zijn mag ze haar standpunt niet zoveel mogelijk reduceren tot wat algemeen gangbaar is. De kerk zal in de toekomst grotere zorg dragen voor haar identiteit, meer dan nu het geval is.

Een open kerk
Een kerk die meer zorg draagt voor haar eigen identiteit, hoeft zich daarom niet op te sluiten in haar eigen grote gelijk. De kerk van de toekomst moet aanvaarden dat ze niet meer universeel herkenbaar en verstaanbaar is, maar mag toch ook geen kerk zijn die daarin berust. Het moet een kerk zijn die openstaat voor zoekende mensen en hen goed ontvangt. Open ook op de samenleving, op deze moderne en seculiere cultuur. Niet veroordelend en defensief, maar solidair met de mensen van deze tijd, met hun hoop en vreugde, met hun verdriet en hun angsten. Een kerk die participeert aan het maatschappelijk debat en zich inzet voor een menswaardiger wereld.

Tot slot verwees pr. Nol nog naar een referaat van Marc Peersman over "Een missionaire kerk in Vlaanderen". We vermelden de gedachte dat het geloof verkondigen vandaag de dag als uitgangspunt moet hebben dat we het geloof willen voorstellen, aanbieden ('proposer la foi') in plaats van het op te leggen ('imposer la foi') of te veronderstellen dat het er toch wel is ('supposer la foi').

Na het vormend gedeelte konden we napraten bij een lekkere maaltijd. Deze avond bood in elk geval voldoende stof om tijdens het nieuwe werkjaar in de parochieraden samen verder over na te denken.